Blogs

« Vorige - Volgende »

Een gemiste kans

24 juli 2015 - 17:21  •  Hans van Eck  •  reacties

Een gemiste kans

Misschien overkomt het jou ook wel eens: komt er iemand op je afgestapt die een verhaal begint waar je niets van begrijpt. Je dacht al gehoord te hebben dat hij je bij een andere naam aansprak, maar na enkele zinnen heb je definitief door dat hij je voor een ander heeft aangezien. Vriendelijk onderbreek je het gesprek en wijs je hem op de vergissing. Omdat de situatie voor de ander best genant is, zie je kleur op zijn gezicht verschijnen, maar het duurt vaak niet lang dat je er beiden om lachen kunt. “Sorry, ik dacht toch echt…”, lacht hij schaapachtig en zegt je gedag in de hoop jou nooit meer tegen te komen.

Het overkomt mij nogal eens dat iemand mij voor een ander aanziet, ik weet ook niet waarom. Mogelijk heb ik een gezicht dat zo algemeen is dat het inwisselbaar is, zodat mijn tronie al snel als vertrouwd wordt ervaren. Ik vind het overigens niet vervelend, allerminst zelfs. Het zorgt juist op de meest onverwachte momenten voor vermakelijke situaties.

Jammer vind ik wel dat ik mij er zo door laat overvallen. Terwijl je er met een gevatte reactie natuurlijk veel meer humor uit kunt halen. 

Zoals ik had kunnen doen toen ik jaren geleden tijdens een vakantie door een landgenoot allerhartelijkst werd aangesproken met “Hee, hallo zeg, dokter, dat ik ú hier tref!”. Een kalende veertiger stapte vanonder zijn tentluifel vandaan en kwam mij met uitgestrekte hand tegemoet. “Dokter Van Driessen was de naam toch?”.

Het is telkens dát moment dat ik in mijn verbouwereerdheid de ander direct uit zijn droom help. Ook toen wees ik hem uit puur fatsoen op zijn vergissing, om voor hem erger te voorkomen.

Jammer, een gemiste kans. Want ik had ook iets kunnen antwoorden als:

“Ehh… Van Driessen, ja. Leendert van Driessen is de naam…. Maar ken ik u? Ik heb in al die jaren al zo vele patiënten mogen opereren…”. (ik zou even wachten op zijn naam) “Wie zegt u? … Van den Berg… Pieter van den Berg? Ja, nu herinner ik mij u wel.” (Onderwijl een blik op zijn ontblote botenlijf werpend, doe ik een wilde gok die natuurlijk goed zou uitpakken:) “Ik mocht u helpen aan uw blinde darm, of beter: ik hielp u er van af” (en we zouden er beiden hard om lachen daar midden op het campingpad). “Gaat het nu wel weer beter met u?”, zou ik hem vragen. En zonder zijn antwoord af te wachten zou ik hem zeggen: “Nooit meer last gehad van die zoekgeraakte scalpel?. Tja, dat was me nogal wat, zeg. Was me nog nooit eerder overkomen en eerlijk gezegd ook nooit meer nadien.” Meneer Van den Berg zou mij eerst met een schuin oog aankijken om daarna met een octaaf hogere stem te vragen: “Scalpel?”

“Ja, die waren we bij de ingreep toch kwijtgeraakt? Mijn co-assistante heeft u dat toch op de uitslaapkamer verteld?” Het gezicht van mijn mede-kampeerder zou terstond wat extra zweetdruppels te verwerken krijgen, terwijl ik mij onverstoorbaar in mijn rol zou vastgrijpen. “Maar goed dat u toen direct besloten hebt het gereedschap alsnog weg te laten halen. Zo’n ding zorgt vroeg of laat toch voor de nodige complicaties… hij hoort daar nu eenmaal niet te zitten hè?”

Mijn gewezen patiënt zou ongemakkelijk van standbeen wisselen en mij met grote ogen aankijken. “Weg laten halen?”, zou hij stamelen. En zijn vrouw, die er inmiddels ook bij was komen staan, zou hees “… complicaties…” herhalen.

“Nee, trots ben ik er niet op natuurlijk”, zou ik zeggen, hem onderwijl een hand op de schouder leggend. “Maar gelukkig voor u hebben wij toen adequaat gehandeld. Het had anders toch vervelend kunnen aflopen.”… “Fijne vakantie verder, meneer Van den Berg.”

Nee, in plaats daarvan kwam ik daar op het campingpad niet verder dan een veel te brave reactie in de sfeer van: “U vergist zich, ik ben geen dokter. U ziet mij voor een ander aan.”

[Ook wel eens minder gevat dan eigenlijk leuk is? Schrijf het naar hans@inBoskoop.nl]

Fotograaf: Josh Walet